Nederlands Engels
Facebook Twitter RSS
kennis

Woordenlijst

Academic Advisor
Studieadviseur. Een medewerker van de universiteit die een student helpt met en adviseert over de studie, keuzevakken, inschrijving en andere schoolzaken.
A staff member of a university who assists the students in their choice of programs, registration for courses and other matters.

Academic Probation
Een negatief studieadvies. Advies dat gegeven wordt als de prestaties beneden het vereiste niveau liggen en dus verbeterd moeten worden. Als dit niet gebeurt, wordt de student verzocht te stoppen met de opleiding. Vergelijkbaar met een bindend studie-advies.
If the academic performance drops below a certain level, then the student will receive a warning and is told to improve his/her performance. If the student fails to improve, then he/she will be asked to stop and leave the university.

Academic year
Studiejaar, dit loopt meestal van september tot juni. Afhankelijk van de instelling is dit jaar verdeeld in semesters, trimesters of kwartalen.
Period of the calendar year during which classes are taught. The academic year usually runs from September to June. The academic year might be split up in semesters, usually a period of 4 months.

Accreditation
Officiële erkenning van universiteiten. In Amerika gebeurt de erkenning van instellingen (universiteiten en middelbare scholen) door landelijk organisaties. De instelling moet aan minimumeisen voldoen om erkend te worden. Als instellingen erkentd zijn is het makelijker om als student van de ene instelling naar de andere over te stappen met behoud van studiepunten (= credits).

Admission Control
Toelating onder voorbehoud. Het niveau van de student is nog niet toereikend genoeg maar de student mag, op voorwaarde dat de prestaties zullen verbeteren, met de opleiding beginnen.

Advanced placement / Advanced standing
Vrijstelling. Vrijstellingen die verleend worden aan studenten die al een opleiding of een aantal vakken gedaan hebben in die richting waarin ze verder willen studeren. Vaak moet je testen afleggen om te bewijzen dat je ook daadwerkelijk over de benodigde kennis beschikt.

Alien Registration Card
Vreemdelingen Registratie Kaart. Kaart die elk jaar op 31 januari bij de Immigratiedienst moet worden ingeleverd.

Assistantship
Assistentschap. Een beurs of financiële steun voor graduate studenten in ruil voor assistentie met lesgeven (als onderwijsassistent) of hulp met onderzoek (als onderzoeks-assistent).

Audit
Auditeren of als toehoorder college volgen, zonder daarvoor studiepunten of een graad te behalen.

Bookstore
De boekhandel die zich op de campus van de universiteit bevindt en waar je je studieboeken, naslagwerken, fictie en schoolartikelen kunt kopen.

Bulletin
Een ander woord voor catalog. De studiegids van de universiteit.

Bursar
Het bureau of de persoon binnen de universiteit aan wie alle kosten (fees) betaald moeten worden.

Cafetaria
Kantine of zelfbedieningsrestaurant op de universiteit. Maaltijden zijn hier goedkoper dan in andere eetgelegenheden. Veel universiteiten bieden een meal plan, dit is een vooraf betaalde keuze uit één, twee of drie maaltijden per dag.

Catalog
Studiegids. Gids van de instelling met informatie over studieprogramma's, faciliteiten (zoals laboratoria en huisvestingsmogelijkheden), toelatingseisen en het studenten-leven.

CGPR
Cumulative Grade Point Ratio. Het gemiddelde cijfer voor de hele opleiding. (zie ook NACEE Basics Nr. 7)

Class card
Klassekaart. De kaart is het bewijs van inschrijving voor de vakken die je volgt.

Class Rank
In Amerika worden studenten beoordeeld ten opzichte van elkaar en daaardoor heeft iedere student een bepaalde rank of plaats in de klas.

Community of Junior College
Instelling voor hoger onderwijs die 1 of 2 jarige opleidingen aanbiedt en waar je een Associate graad in Arts (A.A.) en Sciences (A.S.) kan halen. Credits kunnen meestal meegenomen worden naar een vierjarige opleiding waarna de Bachelor's graad behaald kan worden. Studenten van tweejarige opleidingen bereiden zich voor op semi-professionele of technische beroepen.

Coop
Winkel. Winkel die gerund wordt door studenten met toestemming van de instelling. Ze mogen boeken, school-artikelen, typemachines e.d. verkopen tegen lage prijzen. Je hebt bijvoorbeeld ook een food coop, een winkel waar levensmiddelen verkocht worden.

Core curriculum
Verplichte vakken. De vakken die verplicht zijn voor het behalen van een graad.

Course number
Vaknummer. Elke vak wordt aangeduid met een letter en nummer combinatie en de titel van het vak: bijv.: 'PS 522 International Law (3)' De letters geven aan bij welke studierichting de vakken horen. In het voorbeeld Political Science. De nummers geven het niveau van het vak aan.

Cram
Blokken/stampen. Op het laatste moment heel hard leren voor een tentamen.

Credit
Soort studiepunt. Eén credit staat gelijk aan één contactuur. Als een bepaald vak drie credits oplevert, houdt dit in dat je gedurende het semester, trimester, of kwartaal drie uur in de week college loopt. Tijdens de undergraduate studie staat er voor elk uur college ongeveer twee uur voorbereidingstijd. Voor de graduate studie is de verhouding hoger 'Credit' kan ook betekenen dat je een cijfer hebt gekregen voor een test of werkstuk. ('Did you get credit for that course' of 'Do you have enough credits to graduate')

CSIET
Council of Standards for International Educational Travel Programs - Amerikaanse organisatie die hoogwaardige educatieve uitwisseling wil bevorderen o.a. door het verlenen van een keurmerk en het handhaven van bepaalde kwaliteitseisen.

Cut
Spijbelen. Ongeoorloofd wegblijven van een les. Gebruikt in 'to cut class'.

Dean
Decaan. Hoofd van een afdeling, faculteit of universiteit.

Dean's list
Lijst van de decaan. Lijst waarop alle voltijd undergraduate studenten staan die een grade of honor (eretitel) hebben behaald (meestal tussen de 3.5 en 4.0) in een bepaald semester.

Degree
Graad. Diploma of titel verstrekt door een college of university na succesvolle afronding van het voorgeschreven programma.

Department
Faculteit of vakgroep. Bij voorbeeld 'department of social sciences' = de faculteit sociale wetenschappen, of 'The English department' = de vakgroep Engelse taal-en letterkunde. Het kan ook 'ministerie' betekenen, bij voorbeeld 'Department of Education' = Ministerie van Onderwijs. Tenslotte komt de term ook voor in combinatie met 'store' en betekent dan warenhuis.

Discussion Group
Discussiegroep. Groep studenten die samen met een docent of assistent over de lessen van de docent discussiert.

Dismissal
Sommering van de universiteit aan de student om de opleiding te verlaten in verband met onvoldoende prestaties of soms wegens onbehoorlijk gedrag.

Dissertation
Proefschrift ter afsluiting van een Ph.D. opleiding.

Doctorate (Ph.D.)
Doctoraat. Een Doctor of Philosophy titel is vergelijkbaar met de Nederlandse doctor's titel. De toegang tot Ph.D. programma's is zeer selectief. De studieduur varieert per vakgebied. Voor de beta-wetenschappen en de technische studierichtingen geldt in het algemeen een studieduur van vier tot zes jaar na de Bachelor's graad. De studieduur voor de alfawetenschappen is meestal langer. Zie ook NACEE Basic Nr. 3.

Dormatories
Studentenhuizen. De gebouwen op campus waar studenten wonen. Een dorm heeft studentenkamers, badkamers, gemeenschappelijke kamers en soms ook een kantine.

Drugstore
Soort drogisterij met een apotheek die op dokter's recept medicijnen verstrekt en ook medicijnen verkoopt zonder recept, zoals aspirine.

Electives
Keuzevakken. Vakken die een student zelf kiest voor als onderdeel voor het behalen van een graad.

Faculty
Lesgevende personeel aan een faculteit of vakgroep.

Fees
Kosten. Kosten die een instelling in rekening brengt, voor bepaalde diensten zoals laboratoriumkosten, inschrijfgeld, kosten voor late registratie enz.

Fellowship
Beurs, meestal voor graduate studenten.

Financial Aid
Financiële steun. Een algemene term waaronder allerlei soorten financiering voor studenten vallen zoals beurzen, leningen, subsidies en dergelijke.

Flunk
Zakken. Zakken voor een vak of examen.

Foreign student Advisor
Studie-adviseur voor buitenlandse studenten. Persoon die op een onderwijsinstelling buitenlandse studenten helpt met overheidsvoorschriften, visa, academische zaken, de taal, financiën en huisvesting, een reis plannen, verzekeringen, wettelijke bepalingen enz.

Fraternity
Studentenvereniging voor mannen. Lidmaatschap is op uitnodiging en vaak heel beperkt voor undergraduate studenten. Leden wonen in één huis bij elkaar het zogenaamde 'fraternity house'.

Freshman
Eerstejaars undergraduate student.

GMAT
Graduate Management Record Examination. Een test voor toelating tot een Amerikaanse business school op graduate niveau.

GPA
Grade Point of Average Gemiddeld cijfer. (zie ook NACEE Basics Nr. 7).

Grading system
Beoordelingssysteem. Scholen en universiteiten hanteren het lettersysteem voor de becijfering van het werk van de studenten: A (uitstekend), B (goed), C (voldoende). (zie ook NACEE Basics Nr. 7).

Graduate
Een graduate student aan een universiteit is iemand die een Bachelor's graad heeft en nu voor een Master's of Ph.D. graad doorstudeert.

GRE
Graduate Record Examination, een test voor toelating tot een graduate opleiding.

I.D. card
Identificatie kaart/collegekaart. Officiële kaart met je persoonlijke gegevens die door de universiteit uitgegeven wordt gedurende de tijd dat je ingeschreven staat. Belangrijke vorm van identificatie, zeker op de campus.

Junior
Derdejaars undergraduate student

Leave of absence
Verlof. Toestemming voor een student met goede cijfers om de opleiding tijdelijk te onderbreken en later weer verder te gaan.

Lecture
Hoorcollege.

Liberal Arts
Een algemeen vormende opleiding. Een undergraduate opleiding waarna een Bachelor's graad behaald kan worden, waarvan de eerste twee jaar uit algemene vakken bestaan (ook wel Liberal Arts and Sciences genoemd). De nadruk ligt op de letterkunde of geesteswetenschappen (talen, literatuur, filosofie en letteren), sociale wetenschappen (economie, sociologie, antropologie, geschiedenis en politicologie) en de exacte wetenschappen (wiskunde, natuurkunde en scheikunde).

Maintenance
Levensonderhoud. De kosten van het studeren inclusief huisvesting, maaltijden, boeken, kleding, wasserette, openbaar vervoer en andere onkosten.

Major
Hoofdstudierichting. De specifieke studierichting van een student.

Master's Degree
Master's graad. Graad die verstrekt wordt door een instelling voor hoger onderwijs aan een student die 1 of 2 jaar een graduate studie heeft gevolgd en dan een M.A. (Master of Arts) of M.S. (Master of Science) graad kan behalen. (zie ook NACEE Basics Nr. 3).

Meal plan
Veel Amerikaanse universiteiten bieden de mogelijkheid een bepaald krediet op de studentenkaart te kopen waarmee één, twee of drie maaltijden per dag kunnen worden genoten in het cafetaria.

Mid-term
Tentamen. Tentamen dat halverwege het semester, trimester of kwartaal wordt afgenomen.

Minor
Naast het hoofdvak kan je nog een tweede studierichting volgen die wat studiepunten betreft minder zwaar is.

Multiple choice exam
Meerkeuzevragen examen

Open-book exam
Examen met gebruik van boeken.

Oral exam
Mondeling examen

Ph.D.
Doctor of Philosophy. Zie doctorate

Placement test
Plaatsingstest. Een test om de kennis van de student in een bepaald onderwerp te meten. Op basis van de uitslag van de test kan de student eventueel vrijstelling krijgen voor bepaalde vakken.

Prerequisite
Toelatingseisen. Vakken of studieonderdelen die afgerond moeten zijn voordat men verder kan met het volgende onderdeel.

President
Voorzitter van het college van bestuur van een universiteit.

Registration
Officiële inschrijving voor de vakken die je wilt volgen. Aan het begin van elk semester hebben Amerikaanse universiteiten registration periods. Alle studenten die aan de instelling ingeschreven zijn moeten zich dan inschrijven voor de vakken die ze willen volgen

Residence Hall
Studentenhuis. Zie: dormitory.

Sabbatical
Betaald verlof. Een docent of hoogleraar die een aantal jaren voor dezelfde instelling heeft gewerkt kan betaald verlof krijgen om voor zichzelf te studeren of onderzoek te doen.

SAT
De Scholastic Assessment Test of SAT is een gestandaardiseerde selectietest voor toelating tot een Amerikaanse universiteit of college op undergraduate niveau. De test kent een algemeen deel (SAT I) en een deel waarbij vakkennis wordt gemeten (SAT II). De testen kunnen in Nederland worden afgelegd.

Semester
Studieperiode van 15 of 16 weken.

Seminar
Werkgroep. Groepsinstructie gecombineerd met individueel onderzoek en groepsdiscussie onder leiding van een hoogleraar.

Senior
Vierdejaars undergraduate student.

Sign-up sheet
Intekenlijst. Informele manier om je voor een activiteit in te schrijven.

Social Security Number
Sociaal fiscaal nummer (sofinummer). Een nummer van negen cijfers dat wordt gebruikt door de US Social Security Administration. Iedereen die regelmatig werkt moet zo'n sofinummer hebben. Veel instellingen gebruiken dit sofinummer voor registratie.

Sophomore
Tweedejaars undergraduate student.
A second year student in the undergraduate phase.

Sorority
Studentenvereniging voor vrouwen. Lidmaatschap is op uitnodiging en beperkt voor undergraduate studenten. Ze wonen soms samen in één huis, het zogenaamde sorority house.

Syllabus
Overzicht of samenvatting van onderwerpen die bij een vak aan bod komen.

Take-home exam
Examen dat je thuis mag maken.

Theme
Een kort essay over een bepaald onderwerp.

Thesis
Scriptie. Een officieel werkstuk met de resultaten van een studie of onderzoek bijvoorbeeld ter afsluiting van een Master's graad.

TOEFL
De Test of English as a Foreign Language, afgekort tot TOEFL (spreek uit toofel) is een standaard selectietest voor het bepalen van de kennis van het Engels. Alle buitenlandse student van wie de moedertaal niet het Engels is, moeten deze test afleggen. De test kan in Nederland worden gedaan.

Test of English as a Foreign Language. The test serves to determine the level of knowledge of English and the score is used as an element in the admission process. It measure all aspects of language command.

Transcript
Officieel overzicht van alle vakken en de daarvoor behaalde cijfers die je aan instellingen van hoger onderwijs hebt behaald.

Trimester
Vaak 10 weken les plus een examen week. Een studiejaar bestaat uit 3 trimesters.

Triple
Driepersoonskamer

True-false exam
Een examen met stellingen waarvan de student moet aangeven of de stellingen waar of niet waar zijn.

Tuition
Collegegeld. Bedrag dat je betaalt voor het krijgen van onderwijs.

Undergraduate
De term voor een twee- of vierjarige universitaire opleiding na het voortgezet onderwijs. Na de tweejarige opleiding kun je een Associate graad behalen en na de vierjarige opleiding een Bachelor's graad.

Undergraduate Studies
2 of 4 jarige universitaire opleiding na het voortgezet onderwijs. Na de 2-jarige opleiding kun je een Associate graad behalen en na de 4-jarige opleiding een Bachelor's graad.

Unit
Soort studiepunt. Hetzelfde als credit.

University
Universiteit. Instelling voor hoger onderwijs van 1 tot 4 jarige undergraduate opleidingen waarna een Bachelor's graad behaald kan worden, of een graduate opleiding waarna een Master's of Ph.D. graad behaald kan worden.
Institution of higher education. The term is mostly used for institutions that offer a four year undergraduate program and a one or two year graduate programs. Institutions that only offer a four year undergraduate program are often called 'colleges', but the term university may also be used to indicate such an institution.

Withdrawal
Terugtrekking. Official withdrawal: Een student laat officieel weten dat hij/zij geen colleges meer volgt. Unofficial withdrawal: Als de student niet de officiële instanties waarschuwt dan zullen de cijfers als onvoldoende worden genoteerd en in het nadeel van de student worden gebruikt.

Zip code
Amerikaanse postcode.
Postal code for the United States. Usually a five digit number, but in cities, it might be two numbers with a hyphen in between them.